We willen je zo goed mogelijk helpen. Daarom stellen we je eerst een paar korte vragen over je situatie. Zo weten we precies wat er speelt en kunnen we je direct gericht verder helpen.
Dit dossier in het kort
- De Centrale Raad van Beroep oordeelde op 14 december 2015: Defensie schond zijn zorgplicht. Vóór, tijdens en vooral ná de uitzending.
- Wij bundelden honderdtwintig veteranen in één claim van vijftien miljoen euro. En brachten het dossier landelijk in het nieuws.
- In april 2017 vroeg de landsadvocaat schadestaten op in ruim vierhonderd zaken. Defensie ging betalen.
Wat er gebeurde in Zuid-Libanon
Nederland nam van februari 1979 tot november 1985 deel aan UNIFIL, de VN-vredesmissie in Zuid-Libanon. De Nederlandse militairen dienden in een infanteriebataljon dat Dutchbatt heette, en vanaf 1983 in een kleinere eenheid: Dutchcoy.
Het was geen rustige missie. Er werd geschoten, er vielen doden, en de militairen stonden tussen strijdende partijen in zonder dat ze mochten ingrijpen. Negen Nederlandse militairen kwamen om.
De rest kwam terug en ging aan het werk. Pas jaren later kwamen bij een deel van hen de klachten: nachtmerries, herbelevingen, prikkelbaarheid, drank, uitval op het werk. Sommigen kregen pas na twintig jaar de diagnose posttraumatische stressstoornis. Tegen die tijd waren huwelijken gestrand en banen verdwenen.
Waarom het zo lang duurde
Dit dossier heeft ruim dertig jaar gekost. Dat kwam niet door één obstakel, maar door zes tegelijk.
De klachten kwamen laat, en dat werkte tegen de veteraan
PTSS ontstaat vaak jaren na de gebeurtenis. Wie zich in 2010 meldt voor een uitzending uit 1982, moet aantonen dat er verband is tussen twee momenten die achtentwintig jaar uit elkaar liggen. Dossiers uit die tijd waren dun of weg, en getuigen waren uit beeld.
De aandoening had nog geen naam
Toen de eerste militairen terugkwamen, bestond de term posttraumatische stressstoornis in Nederland nauwelijks. Wie klachten had, kreeg te horen dat hij het moest verwerken. Defensie voerde aan dat het onbekend was en dus niet verwijtbaar.
Dat argument sneuvelde in maart 2016 op televisie. Oud-staatssecretaris van Defensie Bram Stemerdink zei bij Brandpunt: “Het was bekend dat mensen er trauma's aan overhielden.” Hij vond dat Defensie een ereschuld had: “Als geconstateerd wordt dat er onvoldoende maatregelen zijn genomen, dan moet je alles doen om het in orde te maken.” Diezelfde week stelden wij namens meer dan honderdvijftig cliënten de staat aansprakelijk.
Militairen vallen buiten het gewone arbeidsrecht
Een werknemer die schade lijdt op het werk, spreekt zijn werkgever aan op grond van het Burgerlijk Wetboek. Voor militairen werkt dat niet: zij zijn aangesteld, niet in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst. Hun zaak loopt via het militair ambtenarenrecht en eindigt bij de bestuursrechter, niet bij de civiele rechter. Dat is een ander speelveld, met andere termijnen en andere bewijsregels, en het is de reden dat algemene letselschadekantoren hier vastliepen.
Iedereen wachtte op regelingen
Vanaf 2008 werd er gewerkt aan een compensatieregeling voor veteranen, de ereschuld, die in 2012 kwam. Veel zaken werden in die jaren stilgelegd in afwachting daarvan. Cliënten die tóch door gingen met procederen hadden hun zaak op dat moment al afgewikkeld. Dat patroon herhaalde zich rond 2016.
Verjaring hing boven het hele dossier
Bij een uitzending uit de jaren tachtig ligt de vraag naar verjaring altijd op tafel. Dat gaf Defensie een sterke onderhandelingspositie: hoe langer de afhandeling duurde, hoe zwakker de positie van de veteraan werd.
En de nazorg kwam pas in 2007
Dit is de zin waar het hele dossier op draait. De Centrale Raad van Beroep stelde vast: “Pas in 2007, toen alle Libanon-veteranen zijn benaderd, is aantoonbaar nazorg aangeboden.” De laatste uitzending was in 1985. Tweeëntwintig jaar.
De tijdlijn
- 1979 tot 1985 — Nederland zendt ongeveer negenduizend militairen uit naar Zuid-Libanon. Negen komen om.
- 2007 — Defensie benadert voor het eerst actief alle Libanonveteranen. Volgens de rechter is dit het eerste moment waarop aantoonbaar nazorg is aangeboden.
- 2013 — de Centrale Raad van Beroep erkent aansprakelijkheid voor PTSS-schade in het Dutchbat-dossier. Het bewijst dat de route werkt.
- 14 december 2015 — de Centrale Raad van Beroep stelt de minister van Defensie aansprakelijk voor de schade van een Libanonveteraan. Het oordeel: onvoldoende voorlichting vooraf, te weinig ondersteuning tijdens de uitzending en geen actieve nazorg erna. Dat samen veroorzaakte chronische PTSS. Het bezwaarbesluit gaat van tafel, de minister moet opnieuw beslissen over schadevergoeding.
- 16 december 2015 — de minister informeert de Kamer over de uitspraak.
- 20 maart 2016 — de zaak haalt de landelijke pers. De Volkskrant, NU.nl en BNR berichten over een megaclaim in voorbereiding.
- 26 maart 2016 — honderdtwintig Libanonveteranen dienen een claim in van vijftien miljoen euro, honderdduizend tot honderdvijfentwintigduizend euro per persoon. De zaak wordt gevoerd door Vincent Dolderman samen met advocaat Michael Ruperti.
- 30 maart 2016 — Stemerdink spreekt bij Brandpunt. Diezelfde week stellen wij namens meer dan honderdvijftig cliënten de staat aansprakelijk. Het AD bericht dat er honderden claims bij Defensie op de plank liggen en dat veteranen jaren wachten.
- 1 april 2016 — de minister stuurt de Kamer een brief over de stand van zaken rond schadevergoedingen aan veteranen.
- 10 april 2016 — de doorbraak: individuele aansprakelijkheidsprocedures zijn niet langer nodig, de restschade kan in overleg met de minister worden vastgesteld en vergoed.
- 22 april 2016 — de landsadvocaat vraagt advocaten om per cliënt een schadeoverzicht aan te leveren. Defensie inventariseert ongeveer vijfhonderd veteranen en begint met twintig zaken.
- 22 april 2017 — meer dan vierhonderd claims liggen bij de landsadvocaat. Defensie gaat miljoenen uitkeren.
- 2024 — het dossier is niet klaar. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat de schattingsmethodiek waarmee Defensie invaliditeit vaststelt, structureel te laag uitpakt bij PTSS.
Wat wij deden
Doorgaan toen de rest wachtte
Vanaf 2008 werden veteranenzaken massaal stilgelegd in afwachting van een compensatieregeling. Wij hebben cliënten die wilden doorgaan laten doorgaan. Toen de ereschuldregeling er in 2012 kwam, hadden zij hun zaak al afgewikkeld. Datzelfde advies gaven wij opnieuw in maart 2016, toen de minister de Kamer schreef dat er eerst onderzoek moest komen.
Eén zaak tot het einde uitprocederen
Een groepsclaim begint bij één uitspraak die de deur openzet. Die uitspraak kwam op 14 december 2015 bij de Centrale Raad van Beroep. Daarin staat wat Defensie precies naliet: geen voorlichting over psychische klachten, geen hulp tijdens de uitzending, en pas tweeëntwintig jaar later actieve nazorg.
De zaak publiek maken
Het dossier verscheen in de Volkskrant, het Algemeen Dagblad, bij de NOS, op BNR Nieuwsradio, bij RTV Noord, RTV Drenthe en in het Dagblad van het Noorden. Brandpunt haalde de uitspraak van Stemerdink boven water. Die publiciteit was geen bijvangst, maar onderdeel van de aanpak: zolang de afhandeling onzichtbaar bleef, kostte uitstel Defensie niets.
Blijven duwen na de toezegging
Een toezegging is geen betaling. Tussen de brief van april 2016 en de melding dat Defensie miljoenen ging uitkeren zit een jaar. In dat jaar zijn schadestaten opgesteld, voorschotten afgedwongen en dossiers compleet gemaakt.
Wat het opleverde
- Erkenning van aansprakelijkheid. De staat is aansprakelijk voor schade door een tekortschietende zorgplicht bij uitzending. Ook als de klachten pas decennia later worden vastgesteld.
- Geen individuele procedures meer. Vanaf april 2016 kon de restschade in overleg met de minister worden vastgesteld. Dat scheelde iedere veteraan een aparte rechtszaak van jaren.
- Ruim vierhonderd afgehandelde claims. In april 2017 lagen er meer dan vierhonderd schadestaten bij de landsadvocaat en ging Defensie tot uitkering over.
- Een route die verder reikt dan Libanon. Dezelfde redenering werkt bij andere missies. Het Dutchbat-dossier volgde dezelfde lijn.
Wat het betekende voor de mensen
Achter vierhonderd claims zitten vierhonderd huishoudens die jarenlang wachtten.
Marga Blink, partner van een veteraan, in maart 2016: “We horen en zien niks. Ons verzoek om een voorschot van vijftigduizend euro, zo hoog waren alleen al de zorgkosten, is afgewezen. Defensie wil niet meer dan tienduizend euro voorschot geven.”
Veteraan Josafat Boortman in dezelfde periode: “Ik heb geen zin om nog eens tien jaar lang te moeten procederen.”
Dat is waar dit dossier over ging. Niet alleen over geld, maar over de vraag hoe lang iemand die is uitgezonden moet wachten voordat zijn eigen werkgever hem gelooft.
Het dossier is niet gesloten
In 2024 bleek uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen dat de methodiek waarmee Defensie invaliditeit vaststelt, bij PTSS structureel te laag uitkomt. Drie van de tien subrubrieken, waaronder persoonlijke zelfzorg en basale communicatie, scoren bij PTSS vrijwel altijd nul, omdat de klachten die daarvoor nodig zijn bij deze aandoening simpelweg niet voorkomen. In de praktijk is honderd procent invaliditeit daardoor onbereikbaar en ligt het maximum rond de negenenzeventig procent.
Het invaliditeitspercentage bepaalt de hoogte van het militair invaliditeitspensioen en van de ereschuld. Een percentage dat te laag wordt vastgesteld, werkt in beide door. Wij voeren dat punt.
Ben jij Libanonveteraan?
Dan is de vraag niet of je recht hebt op iets. De vraag is welke route bij jou past.
Het begint altijd bij één ding: een dienstverbandaandoening die het ABP heeft erkend. Zonder die erkenning staat geen enkele route open. Heb je die erkenning nog niet? Vraag dan het militair invaliditeitspensioen aan. Het Veteranenloket helpt je daarbij.
Heb je al een ereschulduitkering gehad? Dan kun je vaak nog restschade claimen. Dat is het verschil tussen wat je werkelijk hebt geleden en wat je al hebt gekregen.
Ben je nabestaande? Ook dan kan er een aanspraak zijn. Laat je situatie beoordelen.
Veelgestelde vragen
01
Kan ik nog een claim indienen als ik al een ereschulduitkering heb gehad?
Vaak wel. De ereschuld en een letselschadeclaim doen verschillende dingen. De ereschuld is een vast bedrag: je invaliditeitspercentage maal honderdvijfentwintigduizend euro, netto. Een letselschadeclaim vergoedt je werkelijke schade: gemist inkomen, zorgkosten, smartengeld. Blijft er na de ereschuld een tekort over, dan heet dat restschade en kun je die claimen.
02
Ben ik te laat als mijn uitzending veertig jaar geleden was?
Niet automatisch. Verjaring speelt een rol, maar de termijn begint pas te lopen als je bekend bent met je schade en met de aansprakelijke partij. Bij PTSS die pas jaren later wordt vastgesteld, ligt dat moment veel later dan de uitzending zelf. Wachten blijft onverstandig, want bewijs verdwijnt.
03
Welke klachten komen in aanmerking?
PTSS is de bekendste diagnose, maar het gaat om alle klachten die samenhangen met de uitzending: angststoornissen, depressie, slaapproblemen, en ook lichamelijk letsel. Bepalend is niet de naam van de diagnose, maar of het ABP een dienstverbandaandoening heeft erkend.
04
Wat als het ABP mijn invaliditeit te laag inschat?
Dan kun je daartegen op. Dat is geen theoretische mogelijkheid: uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen uit 2024 blijkt dat de gebruikte methodiek bij PTSS structureel te laag uitkomt. Het percentage bepaalt je pensioen en je ereschuld, dus het loont om het te laten toetsen.
