We willen je zo goed mogelijk helpen. Daarom stellen we je eerst een paar korte vragen over je situatie. Zo weten we precies wat er speelt en kunnen we je direct gericht verder helpen.
De drie belangrijkste punten
- De bestuurder van het motorvoertuig is in beginsel aansprakelijk. Dat staat in artikel 185 van de Wegenverkeerswet.
- Ook als jij een fout maakte, krijg je minstens de helft van je schade vergoed.
- Ben je jonger dan veertien, dan is de bestuurder volledig aansprakelijk.
De hoofdregel: de bestuurder is aansprakelijk
Artikel 185 van de Wegenverkeerswet legt de aansprakelijkheid bij degene die het motorvoertuig bestuurt. Niet bij jou.
De achterliggende gedachte is eenvoudig. Een auto brengt gevaar mee dat een fiets niet meebrengt. Wie dat gevaar veroorzaakt, draagt het risico. De bestuurder komt hier alleen onderuit bij overmacht. Dat is een zware maatstaf: hij moet aantonen dat hem echt niets te verwijten valt, ook niet een klein beetje. Dat lukt zelden.
De 50%-regel
Maakte jij zelf ook een fout, dan wordt niet zomaar gedeeld. Er geldt een bodem: je krijgt minstens vijftig procent van je schade vergoed. Vaak komt daar nog meer bovenop, omdat de rechter mag corrigeren als dat redelijk is. Hoe ernstiger jouw letsel, hoe eerder dat gebeurt.
Ben je jonger dan veertien?
Dan geldt die deling helemaal niet. Een kind onder de veertien kan de gevaren van het verkeer nog niet overzien, en daarom is de bestuurder volledig aansprakelijk. Ook als het kind plotseling overstak.
De enige uitzondering is opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid, en die drempel wordt bij kinderen vrijwel nooit gehaald.
Drie soorten letsel, met indicatie
Fietsongevallen lopen sterk uiteen. Grofweg zijn er drie groepen. De bedragen hieronder zijn indicaties uit onze eigen praktijk, afgerond om je een richting te geven. Dit zijn geen garanties. Elke zaak is anders.
1. Licht letsel
Een gebroken pols, een gebroken sleutelbeen, kneuzingen, schaafwonden. Je geneest, en na een aantal maanden ben je de oude.
Indicatie: rond de 5.000 euro smartengeld.
Wat hier het bedrag bepaalt is vooral de duur: hoe lang je in het gips zat, hoeveel weken je niet kon werken, en of er fysiotherapie nodig was. En of er iets achterblijft, zoals een pols die bij kou blijft opspelen.
Let op één ding: ook lichte breuken kunnen op latere leeftijd artrose geven. Sluit een dossier niet af voordat een arts daarover iets heeft gezegd.
2. Ernstig letsel
Meerdere botbreuken, een hersenschudding, inwendig letsel, een operatie en revalidatie. Je herstelt grotendeels, maar het duurt lang en er blijft iets van over.
Indicatie: oplopend tot ongeveer 50.000 euro smartengeld.
Hier telt naast de duur vooral de impact op je leven. Hoeveel maanden was je uitgeschakeld, wat kon je in die tijd niet, en wat is er blijvend veranderd aan je werk, je sport of je gezinsleven?
Bij hoofdletsel is er iets extra’s. Concentratieproblemen, vermoeidheid en prikkelgevoeligheid komen vaak pas weken later, en worden op scans niet zichtbaar. Laat dat vastleggen door een neuroloog of neuropsycholoog, anders bestaat het in het dossier niet.
3. Blijvend letsel
Gedeeltelijke verlamming, amputatie, blijvend hersenletsel. Je leven is definitief anders.
Indicatie: 100.000 euro of meer aan smartengeld.
Hier is smartengeld het kleinste deel van het verhaal. Het zwaartepunt ligt bij toekomstige schade: inkomensverlies tot aan je pensioen, woningaanpassingen, vervoer, en zorg die jarenlang doorloopt.
Zulke dossiers worden bijna nooit in één keer afgewikkeld. Er wordt gewerkt met voorschotten totdat duidelijk is wat de eindtoestand is.
Hoe je deze bedragen moet lezen
Het zijn indicaties, geen toezeggingen. Ze komen uit zaken die wij hebben gedaan en zijn afgerond, ook omdat wij niet over individuele dossiers praten.
Wat ze je geven is een orde van grootte, zodat je weet of je over duizenden of over tonnen praat. Dat is precies wat de meeste mensen willen weten voordat ze bellen.
Wat ze je niet geven is jouw bedrag. Twee mensen met dezelfde breuk komen verschillend uit, omdat hun werk, leeftijd, herstel en thuissituatie verschillen.
Sinds 1 januari 2026 werken rechters met de Rotterdamse schaal: per letselcategorie geldt een bandbreedte. Waar jij daarbinnen uitkomt, hangt af van vier dingen. Hoe ernstig je letsel is. Hoe lang het duurt. Of er iets blijvends overblijft. En wat het met je werk, je sport en je gezin doet.
En nog één keer, want het is het meest gemaakte misverstand: dit is alleen het smartengeld. Je inkomensverlies, je zorgkosten en je kosten thuis komen daar bovenop, en die zijn samen meestal groter.
Laat je niet overtuigen langs de weg
Dit is de meest gemaakte fout na een aanrijding. De automobilist zegt dat jij fout zat. Jij bent geschrokken, hebt pijn en wilt vooral naar huis. Op het schadeformulier zet je iets wat daarop lijkt. Die vraag hoort niet langs de weg te worden beantwoord. Vul in wat er is gebeurd, niet wie er schuld had.
Lees hoe je het schadeformulier invult
Smartengeld is niet je hele schade
Mensen zoeken op smartengeld en vergeten de rest. Terwijl daar meestal het grootste bedrag zit. Je claimt ook je fiets, je kleding, je telefoon, je eigen risico, je reiskosten naar het ziekenhuis, hulp in de huishouding en misgelopen inkomen. Bij blijvend letsel komt daar toekomstige schade bij. Neem vrijblijvend contact op.
Hoogte smartengeld berekenen
Benieuwd hoe deze berekening tot stand komt? Op onze smartengeld-pagina vind je een aantal voorbeelden.
