We willen je zo goed mogelijk helpen. Daarom stellen we je eerst een paar korte vragen over je situatie. Zo weten we precies wat er speelt en kunnen we je direct gericht verder helpen.
De drie belangrijkste punten:
- Wordt het paard gebruikt in de uitoefening van een bedrijf, zoals een manege? Dan is niet de eigenaar aansprakelijk maar dat bedrijf, ook als het paard privébezit is.
- Doe je vrijwillig aan paardensport, dan is een verdeling van vijftig-vijftig een realistisch startpunt, ook zonder dat jou iets te verwijten valt. Werd je geraakt zonder zelf met het paard om te gaan, dan speelt dit vrijwel niet.
- Een particuliere paardeneigenaar is vaak helemaal niet verzekerd, anders dan bij honden en katten. Daarom is de eerste vraag wie het paard in gebruik had, niet wie de eigenaar is.
Wie is aansprakelijk?
De wet legt de aansprakelijkheid voor een dier bij de bezitter, meestal de baas. Dat staat in artikel 6:179 van het Burgerlijk Wetboek, en het is een risicoaansprakelijkheid: je hoeft niet te bewijzen dat hij iets fout deed. Wel moet duidelijk zijn dat de schade voortkomt uit het gedrag van het dier zelf: een trap, een beet, een schrikreactie, op hol slaan.
Maar bij paarden geldt vaak een andere regel, en dat is meestal in jouw voordeel. Wordt het paard gebruikt in de uitoefening van een bedrijf, dan is niet de bezitter aansprakelijk maar dat bedrijf. Dat staat in artikel 6:181 BW.
De Hoge Raad heeft dat uitgemaakt in een zaak die veel lijkt op wat er bij jou kan zijn gebeurd. Een kind liep ernstig gezichtsletsel op door een paardentrap. Het paard was van een particulier, maar stond tegen betaling bij een manege voor training. De uitkomst: de manege was aansprakelijk en de eigenaar niet.
Waarom dit uitmaakt voor het geld. Een manege heeft een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering met ruime dekking. Een particuliere paardeneigenaar is soms helemaal niet gedekt: paarden vallen niet altijd standaard onder een particuliere aansprakelijkheidsverzekering, anders dan honden en katten. De eerste vraag die wij stellen is dus niet van wie het paard is, maar wie het paard op dat moment in gebruik had.
Staat het paard in een pensionstal zonder dat het bedrijf er zelf iets mee doet, dan is dat een andere en scherpere vraag. Die zoeken we voor je uit.
Lees ook onze pagina over letselschade door een dier en over een hondenbeet.
Een stalongeluk is niet hetzelfde als letsel door een paard
Drukt het paard je tegen de wand of stapt het op je voet, dan gaat het om het gedrag van het dier en geldt artikel 6:179 BW. Raak je bekneld door een klemmende deur, of bezwijkt er een hek, dan faalde de stal en niet het paard. Dan loopt de zaak via een ander artikel, en dan is de manege aansprakelijk voor haar gebouw. De uitkomst is vaak dezelfde, maar de weg ernaartoe is anders, en daarom zoeken we eerst precies uit wat er gebeurde.
Is er sprake van eigen schuld als je van een paard valt?
Dit is het onderdeel dat je vooraf moet weten, omdat het in de eerste brief van de verzekeraar staat.
Deed je vrijwillig aan paardensport, dan doet dat je rechten niet vervallen. De bezitter of de manege blijft aansprakelijk voor het gedrag van het dier. Maar daarna komt de vraag hoe de schade wordt verdeeld, en daar wordt het eerlijke verhaal minder prettig.
De Hoge Raad heeft bepaald dat een deel van de schade voor rekening van de ruiter kan blijven, ook zonder dat die ruiter iets te verwijten valt. De reden: een paard is onberekenbaar, en wie er vrijwillig mee omgaat neemt dat risico deels mee. In ruiterzaken is een verdeling van vijftig-vijftig een realistisch startpunt. Daarna weegt de rechter mee wat billijk is, en dan gaat het aandeel van de ruiter vaak omlaag.
Wat de rechter daarbij meeweegt: de afspraken met de manege, je leeftijd en ervaring, wat de instructeur deed of naliet, en wat er over dít paard bekend was.
En het verschil met de omstander. Werd je geraakt zonder dat je zelf met het paard omging — je liep langs het hek, je stond op het erf — dan speelt dit vrijwel niet. Dan heb je de sterkste positie die er is.
Praktisch advies: onderteken niets van de manege of haar verzekeraar en accepteer geen regeling voordat iemand ernaar heeft gekeken. Maneges werken vaak met algemene voorwaarden waarin aansprakelijkheid wordt uitgesloten. Of zo'n clausule houdt, hangt van de omstandigheden af, en dat is niets om zelf uit te zoeken.
Bewijs verzamelen
- Laat je letsel vastleggen door een arts, ook als je denkt dat het meevalt. Klachten als whiplash of hersenletsel worden vaak pas later zichtbaar, en na een val van een paard is dat een reëel risico. Je medisch dossier is later je bewijs.
- Zoek uit wie het paard op dat moment in gebruik had. Was er een manege, een stalhouder, een instructeur of een bedrijf bij betrokken? Noteer de naam van het bedrijf, niet alleen van de eigenaar van het paard.
- Maak foto's van het letsel, de plek en de situatie. Bij een litteken: maak later opnieuw foto's, want het verloop is bewijs.
- Vraag getuigen om hun gegevens. Bij een ongeluk op een manege zijn er bijna altijd getuigen, en die zijn na een week moeilijker te vinden.
- Bewaar alle medische en financiële stukken, ook bonnen van kleine kosten.
Welke schade wordt vergoed?
Een claim heeft twee delen: de kosten die je kunt aantonen, en het smartengeld voor de pijn en de gevolgen voor je leven.
- Medische kosten en behandelingen, ook toekomstige
- Verlies van inkomen tijdens je herstel, en verlies van verdiencapaciteit bij blijvend letsel
- Kosten voor huishoudelijke hulp
- Reiskosten naar doktersbezoeken
- Fysiotherapie en psychologische zorg — de angst om weer op te stappen is echte schade
- Verlies van zelfwerkzaamheid: klussen die je nu niet meer kunt doen
- Aanpassingen aan je huis of auto bij blijvend letsel
- Smartengeld
De grootste post is bijna nooit het smartengeld, maar het verlies van verdiencapaciteit op lange termijn. Dat is ook de post die mensen zonder hulp niet berekenen.
Hoeveel smartengeld krijg je?
Sinds 1 januari 2026 kijken rechters naar de Rotterdamse schaal, een ordening van smartengeldbedragen die op verzoek van de Raad voor de Rechtspraak is gemaakt. Bij paardenongevallen komen drie soorten letsel het meest voor.
Die laatste regel verdient nadruk, omdat mensen de omvang daarvan stelselmatig onderschatten. Bij ernstig blijvend hersenletsel gaat het niet over tienduizenden euro's smartengeld maar over meer dan honderdveertigduizend, en dan komt de materiële schade daar nog bovenop.
Dit zijn indicaties en geen garanties. De schaal is een aanbeveling: geen rechter is eraan gebonden. Wat de uitkomst bepaalt, zijn de ernst van het letsel, de duur van het herstel en de blijvende gevolgen. Bekijk ook onze pagina over smartengeld bij littekens.
Hoogte smartengeld berekenen
Benieuwd hoe deze berekening tot stand komt? Op onze smartengeld-pagina vind je een aantal voorbeelden.
Is het slachtoffer een kind?
Bij paarden is dat vaak zo: kinderen rijden, kinderen staan bij het hek, en een trap komt bij een kind op hoofdhoogte. Voor hen gelden drie dingen apart.
- De termijn loopt veel langer. Bij een minderjarige begint de verjaringstermijn pas op de dag na de achttiende verjaardag. Denk dus niet te snel dat je te laat bent.
- Een litteken in het gezicht groeit mee. De definitieve correctie kan vaak pas na de groei, soms tien of vijftien jaar later. Die kosten horen nu al in de claim, ook al maak je ze pas veel later.
- En bijna altijd staat er een bedrijf achter. Een kind zit zelden op een paard dat privé in een wei staat. Juist bij de groep waar het letsel het ernstigst uitvalt, is de manege dus de partij die je aanspreekt.
Hoeveel tijd heb je?
De verjaringstermijn is vijf jaar (artikel 3:310 BW). Die begint te lopen op het moment dat je daadwerkelijk wist dat je schade had en wie daarvoor aansprakelijk is.
Twee dingen die daarbij in jouw voordeel werken. Je hoeft niet te weten hoe groot je schade is: dat de omvang nog onduidelijk is, houdt de klok niet stil, maar het is ook geen voorwaarde om te beginnen. En het gaat om wat jij werkelijk wist, niet om wat je had kunnen weten — de Hoge Raad heeft die strengere toets uitdrukkelijk afgewezen.
Toch niet wachten. Bewijs verdwijnt snel: getuigen op een manege verdwijnen, en de vraag wie het paard die dag onder zich had is na een jaar veel moeilijker te beantwoorden. Lees meer over verjaringstermijnen.
Wat een advocaat voor je doet
We beginnen met een gratis eerste gesprek: wat is er gebeurd, hoe ernstig is het letsel, en wat betekent het voor je werk en je dagelijks leven. Daarna zoeken we uit wie de aansprakelijke partij is, want daar valt bij paardenzaken het meeste te winnen. We stellen die partij aansprakelijk, brengen je schade in kaart, en onderhandelen over de vergoeding en over een eventueel eigen-schuldverweer.
Wij zeggen ook wat niet haalbaar is. Bij een val tijdens een rijles is een verdeling van de schade een reëel scenario, en dat hoor je van ons voordat de verzekeraar het voorstelt. Je houdt één vaste contactpersoon.
Wat kost een letselschadeadvocaat, en wie betaalt dat?
Staat de aansprakelijkheid vast, dan horen de kosten van juridische hulp bij je schade. Wij verhalen die kosten op de aansprakelijke partij, in de praktijk meestal een verzekeraar. Dat staat in artikel 6:96 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Vergoedt die partij alle kosten, dan kost een letselschadeadvocaat je niets. Je krijgt dan geen rekening van ons en houdt je vergoeding volledig.
De wet spreekt van redelijke kosten. Daarom wordt getoetst of je een advocaat nodig had, en of de rekening klopt. Daarover discussieert een verzekeraar soms, en dat gesprek voeren wij. Is de aansprakelijkheid nog niet erkend, dan spreken we vooraf af wat bij jouw situatie past. En heb je een rechtsbijstandverzekering, dan regelen wij het contact daarmee.
Hoe werkt de letselschadeprocedure?
Wat Dolderman Letselschade Advocaten voor je doet
Een ongeval zet je leven ongevraagd op zijn kop. Bij Dolderman Letselschade Advocaten begrijpen we dat al jouw energie naar je herstel moet gaan, en niet naar complexe discussies met verzekeraars of werkgevers. Wij nemen het volledige juridische traject van je over: van het vaststellen van de aansprakelijkheid en het bewaken van verjaringstermijnen, tot het afdwingen van voorschotten en een rechtvaardige eindvergoeding. Wij voeren de juridische strijd, zodat jij je kunt richten op je eigen welzijn.

Mr. Vincent Dolderman
Eigenaar en letselschadeadvocaat
Veelgestelde vragen
01
Hoeveel tijd heb ik om een claim in te dienen na een ongeluk met een paard?
De verjaringstermijn is vijf jaar, te rekenen vanaf het moment dat je wist dat je schade had én wie daarvoor aansprakelijk is. Bij een minderjarige begint deze termijn pas op de dag na de achttiende verjaardag. Wacht toch niet te lang: getuigen en bewijs zijn na verloop van tijd moeilijker te achterhalen.
02
Hoeveel smartengeld krijg je bij een ongeluk met een paard?
Dat hangt af van de ernst van het letsel. Bij een blijvend litteken loopt het smartengeld uiteen van ongeveer € 2.675 tot € 29.000, afhankelijk van de plek en ernst. Bij ernstig hersenletsel gaat het om € 140.000 tot € 185.000. Dit zijn indicaties op basis van de Rotterdamse schaal; de uiteindelijke uitkomst hangt af van jouw specifieke situatie.
03
Krijg ik minder vergoeding als ik zelf paardrijdles nam?
Mogelijk wel. De Hoge Raad heeft bepaald dat een deel van de schade voor rekening van de ruiter kan blijven, omdat een paard onberekenbaar is en wie er vrijwillig mee omgaat dat risico deels meeneemt. In ruiterzaken is vijftig-vijftig een realistisch startpunt, al kan het aandeel van de ruiter door omstandigheden lager uitvallen. Was je omstander en reed je zelf niet, dan speelt dit vrijwel niet.
04
Is de manege of de eigenaar van het paard aansprakelijk?
Vaak de manege. Wordt het paard gebruikt in een bedrijf, zoals bij een rijles of training, dan is de manege aansprakelijk, ook als zij niet de eigenaar van het paard is. Dat heeft de Hoge Raad expliciet bepaald in een zaak over een paardentrap. Staat het paard privé in een wei of stal, dan is de eigenaar zelf aansprakelijk.
05
Wie is aansprakelijk als een paard mij schopt?
De wet legt de aansprakelijkheid voor een dier bij de bezitter (artikel 6:179 BW), meestal de eigenaar. Maar wordt het paard gebruikt in de uitoefening van een bedrijf, zoals bij een manege, dan is niet de bezitter aansprakelijk maar dat bedrijf (artikel 6:181 BW). Dat is bij paardenongelukken vaak het geval.
