We willen je zo goed mogelijk helpen. Daarom stellen we je eerst een paar korte vragen over je situatie. Zo weten we precies wat er speelt en kunnen we je direct gericht verder helpen.
De drie belangrijkste punten
- Je werkgever is aansprakelijk tenzij hij bewijst dat hij zijn zorgplicht nakwam. Dat staat in artikel 7:658 BW.
- De inkomensschade is het verschil tussen je inkomen mét ongeval en je inkomen zonder ongeval.
- Aan het bewijs van dat tweede scenario mogen geen strenge eisen worden gesteld.
Eerst de aansprakelijkheid
Bij een bedrijfsongeval ligt de bewijslast niet bij jou maar bij je werkgever. Artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek keert de gewone regel om. Jij hoeft alleen aan te tonen dat je schade hebt opgelopen tijdens je werk. Daarna is het aan je werkgever om te bewijzen dat hij alles heeft gedaan wat redelijkerwijs nodig was: veilige apparatuur, goede instructie, en toezicht of die instructie ook werd opgevolgd.
Alleen bij opzet of bewuste roekeloosheid van jouzelf gaat dat niet op. En die drempel ligt hoog: onvoorzichtig zijn is niet genoeg, je moet je op het moment zelf bewust zijn geweest van het gevaar.
De kern: twee scenario’s naast elkaar
Inkomensschade heet ook wel verlies van verdienvermogen. De berekening werkt met twee situaties.
- De situatie mét ongeval. Wat verdien je nu nog, en wat ga je de komende jaren verdienen? Dat is te onderbouwen met loonstroken, een arbeidsdeskundig rapport en je uitkering.
- De situatie zonder ongeval. Wat zou je hebben verdiend als het niet was gebeurd? Dat is een inschatting, en daar zit de discussie.
Het verschil tussen die twee, over alle jaren tot je pensioen, is je inkomensschade.
Waarom de bewijslast meevalt
Dit is het punt waar veel slachtoffers zich onnodig zorgen over maken. Hoe bewijs je wat je zou hebben verdiend in een leven dat nooit heeft plaatsgevonden?
Dat hoeft ook niet hard. De Hoge Raad heeft herhaaldelijk bepaald dat aan het bewijs van een misgelopen loopbaan geen al te strenge eisen mogen worden gesteld. De reden is dat juist de veroorzaker van het ongeval jou de mogelijkheid heeft ontnomen om te laten zien wat je in je mars had.
Die redenering is belangrijk, want de tegenpartij heeft er belang bij jouw toekomst somber in te schatten. Hoe lager je verwachte loopbaan, hoe lager de schade.
Wat je positie versterkt
Een aantal dingen wegen zwaar bij het invullen van jouw misgelopen loopbaan.
- Je opleiding en je werkervaring van vóór het ongeval.
- Goede beoordelingen. Wie aantoonbaar goed functioneerde, had realistisch uitzicht op meer.
- Wat collega’s in dezelfde functie sindsdien zijn gaan verdienen.
- Een opleiding of promotie die al in gang was gezet.
- Je positie op de arbeidsmarkt op het moment van het ongeval.
Verzamel die stukken vroeg. Een beoordelingsgesprek van vijf jaar geleden is later moeilijk boven water te krijgen.
Wat er nog meer bij komt
Naast het misgelopen loon horen er posten bij die vaak worden vergeten.
- Pensioenschade. Minder loon betekent jarenlang minder pensioenopbouw. Dat merk je pas later, maar het hoort nu in de berekening.
- Zwart-op-witverlies bij zzp’ers. Wie voor zichzelf werkte, moet zijn omzetverlies anders onderbouwen dan met loonstroken.
- Verlies van zelfwerkzaamheid. Klussen die je eerst zelf deed en nu moet uitbesteden.
- Huishoudelijke hulp. Ook als familie het overneemt, is dat een schadepost.
Drie situaties uit de praktijk
Ter illustratie van hoe verschillend deze dossiers lopen. Deze voorbeelden komen uit zaken die wij hebben gevoerd.
- De bouwvakker die van een steiger viel en blijvende rugklachten hield. Hier zit het zwaartepunt bij inkomensverlies: fysiek werk kan hij niet meer doen, en omscholing kost jaren.
- De kantoormedewerker die struikelde over losliggende kabels en kniebanden scheurde. Het inkomen loopt vaak door, dus de nadruk ligt op medische kosten, smartengeld en huishoudelijke hulp.
- De chauffeur die onderweg naar een klant een verkeersongeval kreeg. Dat is een ongeval tijdens werktijd, dus de werkgever is aansprakelijk, inclusief het toekomstige inkomensverlies.
Wat deze drie gemeen hebben: het bedrag hangt niet af van hoe ernstig het letsel eruitziet, maar van wat het met je werk doet.
Let op de termijn
Voor letselschade geldt een verjaringstermijn van vijf jaar. Die begint te lopen op het moment dat je zowel je schade kent als weet wie ervoor aansprakelijk is. Niet op de dag van het ongeval.
Bij letsel- en overlijdensschade geldt de lange termijn van twintig jaar niet. Dat staat in artikel 3:310 lid 5 van het Burgerlijk Wetboek en het scheelt bij beroepsziekten die zich pas laat openbaren alles.
Wat je nu kunt doen
Meld het ongeval bij je werkgever en zorg dat het in het ongevalsregister komt. Bij ernstig letsel moet de Arbeidsinspectie worden ingeschakeld.
Verzamel daarna je loonstroken, je beoordelingen en je medische stukken. Daarmee kunnen wij een eerste inschatting maken.
Hoogte smartengeld berekenen
Benieuwd hoe deze berekening tot stand komt? Op onze smartengeld-pagina vind je een aantal voorbeelden.
