We willen je zo goed mogelijk helpen. Daarom stellen we je eerst een paar korte vragen over je situatie. Zo weten we precies wat er speelt en kunnen we je direct gericht verder helpen.
Je hebt door je diensttijd PTSS gekregen. Defensie heeft een invaliditeitspercentage vastgesteld en je krijgt een militair invaliditeitspensioen (MIP). Toch kun je je werk niet meer doen zoals vroeger. Misschien mis je promoties, salaris en pensioenopbouw. Dan ligt de vraag voor de hand: zit dat verlies in mijn percentage?
Het korte antwoord is nee. Het invaliditeitspercentage meet iets anders. Je inkomensverlies wordt langs andere wegen beoordeeld: via het UWV, via je militaire rechtspositie en via de Regeling volledige schadevergoeding. Hieronder leggen we uit hoe dat werkt.
Wat is het verschil tussen invaliditeit en verlies aan verdienvermogen?
Drie begrippen lijken op elkaar, maar ze meten elk iets anders.
- Invaliditeit. Hoe sterk ben je beperkt in je dagelijks leven, vergeleken met een gezond persoon van dezelfde leeftijd? Denk aan zelfzorg, slapen, concentratie, contact met anderen en omgaan met spanning. Dit percentage bepaalt de hoogte van je MIP.
- Arbeidsongeschiktheid. Hoeveel minder kun je door ziekte verdienen, volgens de regels van de sociale zekerheid? Dat stelt het UWV vast, via de WIA. De WIA is de wet voor een uitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid.
- Verlies aan verdienvermogen. Dit is een begrip uit het letselschaderecht. Het is het verschil tussen wat je zonder je PTSS zou hebben verdiend en wat je nu nog verdient of redelijkerwijs kunt verdienen.
De drie uitkomsten kunnen ver uit elkaar liggen. Een laag invaliditeitspercentage zegt dus weinig over de omvang van je inkomensschade.
Wanneer komt dit voor?
Deze vraag speelt vooral als PTSS uit je diensttijd je loopbaan heeft geraakt. Bijvoorbeeld als:
- je medisch bent ontslagen of dienstongeschikt bent verklaard;
- je nu in een burgerbaan werkt, op een lager niveau of voor minder uren;
- een bevordering of opleiding niet meer doorging;
- de diagnose PTSS pas jaren na je uitzending kwam, terwijl je klachten al eerder je werk beïnvloedden.
In de letselschadepraktijk roept dit vragen op. Het ligt voor de hand om te denken dat het percentage alles zegt over je schade. Dat is niet zo.
De juridische achtergrond
Het MIP meet je dagelijks leven, niet je werk
Het MIP is geregeld in het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen (Besluit AO/IV). Na je pensioenleeftijd geldt het Besluit bijzondere militaire pensioenen. Het Besluit AO/IV maakt onderscheid tussen invaliditeit met dienstverband en arbeidsongeschiktheid met dienstverband (artikel 2). Voor een MIP moet de invaliditeit door je dienst minstens 10% zijn.
Bij een psychische aandoening stelt de verzekeringsarts het percentage vast met een protocol. Dat is nu het Protocol voor psychische aandoeningen waaronder PTSS, kortweg het Protocol Psychische Aandoeningen (PPA). Het PPA vervangt het PTSS-protocol van 2008. De regeling geldt sinds 1 juli 2026, met financiële gevolgen vanaf 1 januari 2026 (Staatscourant 2026, nr. 22912). Het protocol kent vier rubrieken: dagelijkse activiteiten, cognitief functioneren, sociaal functioneren en omgaan met stressvolle gebeurtenissen. Werk is geen rubriek. Het protocol zegt het zelf: “Arbeid dient buiten beschouwing te blijven.” Klachten, lijdensdruk en gederfde levensvreugde tellen ook niet mee. Het gaat alleen om beperkingen.
Onder het PTSS-protocol van 2008 was dat niet anders. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) is de hoogste rechter in militaire pensioenzaken. Die oordeelde in 2014 dat arbeidsbeperkingen niet apart meetellen bij het percentage. Beperkingen kunnen zich wel in je werk laten zien. Beslissend is hoe je dagelijks functioneren is beperkt.
Arbeidsongeschiktheid: het UWV en het arbeidsongeschiktheidspensioen
Hoeveel je minder kunt verdienen, stelt in beginsel het UWV vast. Ben je door je dienst arbeidsongeschikt, dan kan Defensie op grond van het Besluit AO/IV ook een militair arbeidsongeschiktheidspensioen toekennen. Dat komt naast je uitkering van het UWV.
Het UWV kijkt naar alle algemeen geaccepteerde arbeid die je met je krachten en bekwaamheden nog kunt doen. Het UWV spreekt ook van gangbare arbeid. Of je zo’n baan in werkelijkheid kunt krijgen, laat de wet buiten beschouwing (artikel 6 Wet WIA). Het UWV vergelijkt met wat je verdiende voordat je ziek werd. Promoties die je zonder ziekte later had gekregen, tellen daarbij niet mee.
Deze uitkeringen vangen een deel van je inkomensverlies op. Ze zijn geen volledige vergoeding van je schade.
Volledige schadevergoeding via de RVS
Voor wat overblijft, is er de Regeling volledige schadevergoeding (RVS). Die staat in artikel 8a van het Besluit AO/IV. De Uitvoeringsregeling volledige schadevergoeding (UVS) werkt de regeling verder uit. Voor reservisten en dienstplichtigen staat een vergelijkbare regeling in artikel 11a. Je hebt als beroepsmilitair recht op een volledige vergoeding als:
- je op of na 1 juli 2007 bent ontslagen;
- bij jou invaliditeit met dienstverband is vastgesteld;
- je medische eindtoestand is bereikt. Dat wil zeggen: de arts verwacht niet dat je invaliditeit nog minder wordt.
Voor de RVS geldt de 10%-grens niet. Ben je vóór 1 juli 2007 ontslagen? Dan geldt de RVS alleen bij inzet tijdens oorlogsomstandigheden of een crisisbeheersingsoperatie, en een eerste aanvraag op of na 1 juni 2012.
De CRvB legt uit dat de RVS de restschade volledig wil vergoeden. Die schade wordt berekend volgens de normen van het gewone schadevergoedingsrecht. Of Defensie aansprakelijk is, maakt voor de RVS niet uit. Blijft daarna nog schade over door een schending van de zorgplicht van Defensie? Dan kun je die alsnog bij Defensie vorderen.
Bij de berekening houdt Defensie rekening met wat je al krijgt op grond van je militaire rechtspositie, zoals het MIP. Die bedragen worden verrekend met de schadevergoeding. De bijzondere invaliditeitsverhoging (BIV) is uitgezonderd. Dat heeft een reden. De BIV is een smartengeld: een vergoeding voor immateriële schade, zoals pijn, verdriet en gederfde levensvreugde. De BIV is dus geen vergoeding voor inkomensverlies. De CRvB oordeelde daarom al in 2007 dat de BIV niet mag worden verrekend met materiële schade, zoals je verlies aan verdienvermogen. Ook de toelichting bij de UVS noemt de BIV een smartengeld. Daarom begroot de RVS zelf geen apart smartengeld.
Hoe wordt het verlies aan verdienvermogen vastgesteld?
De Hoge Raad zegt al jaren dat je twee situaties vergelijkt: je inkomen nu, en het inkomen dat je zonder het letsel zou hebben gehad. Ook de Commissie van Advies Volledige Schadevergoeding (CAVS) gebruikt in de RVS deze vergelijking.
De situatie zonder PTSS. Niemand weet zeker hoe je loopbaan zou zijn gelopen. Daarom gaat het om wat redelijkerwijs te verwachten was. Aan jou mogen geen strenge bewijseisen worden gesteld. Het letsel heeft je immers de kans ontnomen om te laten zien hoe het zou zijn gegaan. Er worden goede en kwade kansen afgewogen. Een goede kans is bijvoorbeeld een promotie. Kwade kansen zijn bijvoorbeeld een gemiste bevordering, een reorganisatie of uitval door een andere oorzaak. Je standpunt moet wel voldoende aannemelijk zijn. Je hoeft niet altijd al concrete plannen te hebben gehad. Ook scholing die je zonder letsel had kunnen volgen, kan meetellen, als dat past bij je opleiding en werkverleden.
De situatie met PTSS. Hier gaat het om wat je nu werkelijk verdient en wat je nog realistisch kunt verdienen. Het oordeel van het UWV is daarbij niet beslissend. Arbeidsongeschiktheid in de sociale zekerheid is iets anders dan verlies aan verdienvermogen in het aansprakelijkheidsrecht. Dat zegt de CAVS. Een rechter in een gewone letselschadezaak oordeelde hetzelfde.
In de schaderegeling gaat het dus om je verdiencapaciteit met letsel. Welk werk kun je nog doen, voor hoeveel uur per week, en wat verdien je daarmee? Volgens de CAVS gaat het daarbij om je praktische restverdiencapaciteit, niet om een theoretische. Dat inkomen wordt vergeleken met het inkomen dat je zonder letsel had kunnen hebben.
Het UWV-percentage geeft daar geen automatisch antwoord op, in beide richtingen:
- 100% arbeidsongeschikt bij het UWV betekent niet automatisch dat je met je letsel in de praktijk geen enkel inkomen meer kunt verdienen.
- Een laag percentage bij het UWV betekent ook niet automatisch dat je in werkelijkheid nog kunt werken. Het UWV rekent met gangbare functies, ook als je die in de praktijk niet kunt krijgen.
Bij PTSS kan dat anders uitvallen dan bij lichamelijk letsel. In een zaak over lichamelijk letsel (een amputatie) merkte de commissie op dat bij psychische aandoeningen betaald werk soms mogelijk wél helemaal is uitgesloten. In een eerder advies vond zij het redelijk om voor de toekomst uit te gaan van volledige arbeidsongeschiktheid. Een reden was dat herstel en re-integratie vergeefs waren geprobeerd.
Kom je er samen niet uit? Zijn jij en Defensie het niet eens over deze uitgangspunten, zoals je loopbaan zonder letsel of je verdiencapaciteit met letsel? Dan kan Defensie de CAVS om advies vragen. De commissie beslist niet zelf, maar geeft advies over de uitgangspunten van de berekening. Defensie publiceert de adviezen in bewerkte vorm. Ze laten goed zien hoe het verlies aan verdienvermogen in de praktijk wordt beoordeeld.
Welke gevolgen kan dit hebben?
- Een laag MIP-percentage betekent niet dat je inkomensschade klein is. Het percentage meet je werk niet.
- Ook het UWV-percentage bepaalt je schade niet. Bij 100% arbeidsongeschiktheid kan er toch nog praktische verdiencapaciteit zijn. Bij een laag percentage kan het zijn dat je in werkelijkheid niet meer aan het werk komt.
- Je MIP gaat wel af van de volledige schadevergoeding. Bij de berekening van je inkomensschade telt het MIP mee als inkomen in je huidige situatie. In een advies van de CAVS was het inkomen uit salaris en MIP daardoor hoger dan het inkomen zonder letsel. Er bleef alleen schade over het verleden over. Wat er van het MIP overbleef, mocht volgens de commissie ook af van de vergoeding voor huishoudelijke hulp en verlies aan zelfwerkzaamheid. Een reden was dat het MIP niet alleen dient voor verlies van verdienvermogen, maar ook voor andere beperkingen.
- Ook buiten de RVS kan het MIP worden verrekend. In een zaak tegen een burgerwerkgever mocht het MIP volgens de rechtbank van de schadevergoeding af, net als een WIA-uitkering. Partijen waren het erover eens dat het MIP een uitkering uit een schadeverzekering is.
- De BIV gaat er niet af. Het is smartengeld en staat los van je inkomensschade.
Voor de letselschadepraktijk is dit relevant omdat de hoogte van je schadevergoeding afhangt van de vergelijking tussen twee inkomenssituaties, niet van een percentage.
Wat betekent dit in de praktijk?
- Je loopbaan zonder PTSS moet onderbouwd worden. Denk aan beoordelingen, opleidingsplannen, afspraken over bevordering, salarisgegevens en verklaringen van collega’s of leidinggevenden.
- Een nieuw onderzoek is mogelijk. Omdat het oordeel van het UWV niet beslissend is, kan in de schaderegeling een eigen onderzoek nodig zijn. Een verzekeringsarts legt dan je beperkingen vast. Een arbeidsdeskundige onderzoekt welk werk je nog kunt doen, voor hoeveel uur, en hoe je loopbaan zonder letsel had kunnen lopen. De CAVS raadt aan om samen één arbeidsdeskundige in te schakelen. Ook een rechter kan zo’n onderzoek laten doen. Zo’n onderzoek kan in beide richtingen uitvallen.
- Je moet je redelijk inspannen voor herstel en werk. Dat heet de schadebeperkingsplicht. Vindt Defensie dat je dat niet hebt gedaan, dan moet Defensie dat onderbouwen.
- Het startmoment van de schade telt. Is de oorzaak van je klachten niet meteen duidelijk? Dan telt de schade in het algemeen pas vanaf de diagnose. Klachten die al eerder objectief bleken, kunnen meetellen.
- De afwikkeling is eenmalig. De volledige schadevergoeding wordt één keer vastgesteld en daarna niet meer aangepast. Een voorbehoud voor later kan volgens de CAVS alleen bij uitzondering, als er nog geen medische eindsituatie is. Je kunt wel kiezen voor een (voorlopig) periodieke vergoeding van al geleden schade. In een andere zaak adviseerde de commissie een financiële garantie voor uitval na re-integratie.
In de praktijk hangt dit sterk af van de omstandigheden. Elke loopbaan is anders, en herstel bij PTSS verloopt per persoon verschillend.
Veelgestelde vragen
1. Telt mijn werk mee in mijn invaliditeitspercentage?
Nee. Het percentage meet beperkingen in je dagelijks leven, niet je werk. Beperkingen die je ook op je werk merkt, zoals concentratieproblemen, kunnen wel meetellen als beperking in je dagelijks functioneren.
2. Bepaalt het UWV-percentage hoeveel inkomensschade ik heb?
Nee. Het UWV-oordeel kan meewegen, maar Defensie is er bij de berekening van je schade niet aan gebonden. Voor de schade vergelijk je je inkomen nu met het inkomen dat je zonder PTSS redelijkerwijs zou hebben gehad.
3. Wat is het verschil tussen gangbare en passende arbeid?
Het UWV kijkt naar gangbare arbeid: werk dat je in theorie kunt doen, ook als je zo’n baan in werkelijkheid niet kunt krijgen. Passende arbeid is een begrip uit de re-integratie: werk dat past bij je krachten en bekwaamheden en dat redelijkerwijs van je kan worden gevraagd. Bij de berekening van je schade gaat het om werk waarmee je in werkelijkheid inkomen kunt verdienen.
4. Gaat mijn MIP af van de volledige schadevergoeding?
Ja. Bij de volledige schadevergoeding houdt Defensie rekening met wat je al krijgt op grond van je militaire rechtspositie, waaronder het MIP. De bijzondere invaliditeitsverhoging (BIV) gaat er niet af. De BIV is een smartengeld en vergoedt geen inkomensverlies.
5. Verandert het nieuwe protocol (PPA) hier iets aan?
Het PPA kan leiden tot een ander invaliditeitspercentage. Percentages die tussen 1 juli 2008 en 30 juni 2026 definitief zijn vastgesteld met het PTSS-protocol van 2008, beoordeelt Defensie uit zichzelf opnieuw. Een hoger percentage geldt vanaf 1 januari 2026; een lager percentage verandert niets. Dat geldt niet als je in een vaststellingsovereenkomst hebt afgesproken dat het percentage niet meer wijzigt, of als het percentage ambtshalve is vastgesteld. Werk blijft ook in het PPA buiten beschouwing. Je verlies aan verdienvermogen wordt dus nog steeds apart vastgesteld.
Bronnen
- Centrale Raad van Beroep 28 juni 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA9032 (BIV is smartengeld)
- Centrale Raad van Beroep 1 mei 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1520 (arbeid telt niet mee in het invaliditeitspercentage)
- Centrale Raad van Beroep 17 november 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2436 (RVS volgens de normen van het civiele recht)
- Hoge Raad 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:273 en 18 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:272 (maatstaf verlies aan verdienvermogen)
- Rechtbank Rotterdam 28 april 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:3803 en Rechtbank Den Haag 8 januari 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:421
- Adviezen van de Commissie van Advies Volledige Schadevergoeding (CAVS): 2017/071, 2018/061, 2019/111, 2019/112, 2020/111, 2022/031, 2023/062, 2023/063, 2023/064, 2023/111 en 2024/051
- Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen, artikelen 2 en 8a; Wet WIA, artikel 6; Staatscourant 2026, nr. 22912
